pyramid, pyramids, ancient

Skala der Ausbildung: Aanleuning

In het vervolg van de blogserie over het skala der ausbildung behandelen we vandaag het 3e begrip: Aanleuning. Kijk hier voor de vorige blogs.

Wat is aanleuning?

Aanleuning is een licht verende druk op de teugel. De aanleuning van het paard is een wisselwerking tussen een actieve achterhand en het contact van de ruiter met de mond van het paard. Een correcte aanleuning komt alleen tot stand wanneer er genoeg voorwaartse drang is en de ruiter niet terugwerkt. De voorwaartse drang komt tot stand doordat de ruiter met de zit en kuit het paard van achter naar voren drijft. Hierdoor krijgt het paard een actieve achterhand en kan deze lengte maken in de bovenlijn. Het is aan de ruiter om deze activiteit weer op te vangen met de zit en hand. Wanneer de ruiter een contact heeft aangenomen en de voorwaartse drang dusdanig is neemt het paard een licht verende druk op de teugel. Op deze manier is de cirkel van energie rond.

Wanneer een ruiter terug werkt met hand zal de voorwaartse drang afnemen en de energie niet goed door van achter naar voren kunnen stromen. Er kan geen lengte in de bovenlijn gemaakt worden en de verbinding zal verbroken worden. Door terug te werken met de hand zullen de spieren verstrakken en verkorten. Hierdoor wordt het onmogelijk voor het paard om lengte te maken in de bovenlijn en een goede verbinding aan te nemen van waar een correcte aanleuning uit voortvloeit.

Voor een correcte aanleuning is het daarom heel belangrijk om niet terug te werken en alleen met de hand te werken door middel van weerstand bieden en toestaan (hier schreef ik een tijdje geleden wat over op Facebook) en dit alleen wanneer er genoeg voorwaartse drang is. Hierbij in het oog houdend dat de hals van het paard altijd van je af is en niet terug(achter de loodlijn). Dit kan ook alleen tot stand komen als het paard zich onder de ruiter weet te ontspannen en zijn spieren op een ontspannen manier kan aanspannen. De aanleuning geeft de algehele controle over het paard weer. Aanleuning is nodig om tot het dragen van de achterhand te komen.

Paard loopt naar de hand toe, neemt een contact aan en maakt lengte in de bovenlijn. Zou zelfs met de neus nog iets meer voor de loodlijn mogen komen en meer richting het horizontale evenwicht mogen gaan. De rug oogt hierbij ‘bol’.

Paard is hier duidelijk verstrakt in de bovenlijn door spanning, de rug oogt hierbij ook ‘hol’. Er kan hier niet over een correcte aanleuning worden gesproken. Desondanks loopt het paard wel voor de loodlijn, maar het algehele beeld laat zien dat dit een incorrect moment is.

Over twee weken post ik het 4e blog en begrip van het skala der ausbildung: Impuls.

www.ewtraininginstructie.nl ~ Barneveld, Gelderland
Let op: Mijn blogs zijn geschreven vanuit mijn visie en ervaringen. Ben jij het ergens niet mee eens? Heb jij hier een andere mening over? Dat mag, stuur mij gewoon even een pb ;).